Nieuwe EU-regels brengen Europees insolventierecht dichter bij elkaar

De Europese Unie zet een belangrijke stap naar meer uniformiteit in het insolventierecht. Richtlijn (EU) 2026/799 moet de verschillen tussen nationale insolventiestelsels verkleinen en daarmee de rechtszekerheid bij grensoverschrijdende handel en investeringen vergroten. Lidstaten hebben tot januari 2029 om de nieuwe regels in hun nationale wetgeving te verwerken.

De richtlijn, die op 30 maart 2026 is vastgesteld, introduceert minimumregels voor verschillende onderdelen van het insolventierecht. Volgens de EU leiden de grote verschillen tussen lidstaten momenteel tot rechtsonzekerheid, uiteenlopende recuperatiewaarden en onvoorspelbare kosten en doorlooptijden bij grensoverschrijdende insolventies. Harmonisatie moet het functioneren van de interne markt en de toegang tot bedrijfsfinanciering verbeteren.

Een belangrijk onderdeel betreft vorderingen tot nietigverklaring van transacties die de gezamenlijke schuldeisers benadelen. De richtlijn legt hiervoor gemeenschappelijke minimumregels vast. Lidstaten mogen daarbij in beginsel regels handhaven of invoeren die gunstiger zijn voor schuldeisers.

Europese pre-packprocedure

Een andere belangrijke vernieuwing is de introductie van een Europees kader voor de pre-packprocedure. Een onderneming in financiële problemen kan daarbij al vóór de formele opening van een insolventieprocedure op zoek gaan naar een koper. Na opening van de procedure kan de verkoop vervolgens snel worden uitgevoerd. De procedure bestaat uit een voorbereidings- en een vereffeningsfase en moet onder toezicht van een onafhankelijke toezichthouder plaatsvinden.

Het doel is om waardeverlies door een langdurige insolventieprocedure te beperken en ondernemingen zoveel mogelijk als going concern te verkopen. Ook belangrijke contracten die nodig zijn voor de voortzetting van de onderneming kunnen onder voorwaarden aan de koper worden overgedragen.

Gevolgen voor de Duitse Insolvenzanfechtung

Voor bedrijven die zakendoen met Duitse klanten is vooral de mogelijke wisselwerking met de Duitse Insolvenzanfechtung relevant. Duitse curatoren kunnen onder het huidige recht bepaalde betalingen die vóór een faillissement zijn gedaan, terugvorderen wanneer daarmee één schuldeiser ten opzichte van andere schuldeisers is bevoordeeld. De nieuwe EU-richtlijn schrijft voor dat lidstaten effectieve regels moeten behouden voor het aantasten van transacties die vóór een insolventieprocedure ten nadele van de gezamenlijke schuldeisers zijn verricht.

Daarmee wordt de Duitse Insolvenzanfechtung niet vervangen, maar komt deze wel nadrukkelijker in een Europees kader te staan. Voor Nederlandse ondernemingen betekent dit dat een betaling door een Duitse klant niet zonder meer definitief hoeft te zijn wanneer die klant later insolvent wordt. Vooral bij klanten die al in financiële problemen verkeren, blijft het daarom belangrijk om betalingsgedrag, insolventiesignalen en de juridische positie van ontvangen betalingen goed te monitoren.

Meer mogelijkheden om activa op te sporen

De richtlijn versterkt daarnaast de mogelijkheden om grensoverschrijdend activa van insolvente ondernemingen op te sporen. Aangewezen rechtbanken en autoriteiten krijgen toegang tot bankrekeninginformatie in andere lidstaten. Ook moeten insolventiefunctionarissen gemakkelijker toegang krijgen tot nationale registers en databanken, bijvoorbeeld voor vastgoed, voertuigen, pandrechten en intellectuele eigendomsrechten.

Voor bestuurders wordt bovendien een duidelijke termijn geïntroduceerd. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat een verzoek tot opening van een insolventieprocedure uiterlijk binnen drie maanden wordt ingediend nadat bestuurders wisten of redelijkerwijs hadden moeten weten dat de onderneming insolvent was.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Voor internationaal actieve ondernemingen wordt het belangrijker om contracten, rechtskeuzeclausules en kredietrisico’s opnieuw tegen het licht te houden. Een klant in een andere EU-lidstaat kan immers te maken krijgen met andere nationale regels binnen het nieuwe Europese kader.

De richtlijn treedt twintig dagen na publicatie in werking. De lidstaten moeten de meeste bepalingen uiterlijk 22 januari 2029 hebben omgezet in nationale wetgeving. Voor de bepalingen rond het Europese systeem voor de koppeling van bankrekeningregisters geldt een uiterste datum van 10 juli 2029.

De komende jaren worden daarmee minstens zo belangrijk als de richtlijn zelf: de daadwerkelijke impact voor bedrijven zal voor een groot deel afhangen van de manier waarop afzonderlijke lidstaten de Europese minimumregels in hun nationale insolventierecht verwerken.

Wil je meer weten over insolventies en wetgeving?

Neem dan contact op met de specialisten van MODINT Credit & Finance. Zij zijn op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van faillissementswetgeving.

Bron: Europese Unie
Foto: Shutterstock

Hulp of advies nodig bij een faillissement? Schakel MODINT Credit & Finance in. Mail naar info@modintcredit.com of bel naar +31 88 505 4700.

Creditmanagement voor de mode, sport, schoenen, textiel, home & living

Offerte aanvraag

    U wilt informatie over:

    Ja, ik ga akkoord met het privacy-statement van MODINT Credit & Finance.(Je kunt hier het privacy-statement inzien)