Zoals in tal van Europese landen werd ook in België noodwetgeving uitgevaardigd op het vlak van insolventierecht, om de economische impact van het coronavirus te beperken. Eind januari 2021 kwam een einde aan het moratorium waarmee de federale regering ondernemingen beschermde tegen een gedwongen faillissement, twee coronagolven lang. In ruil daarvoor is de toegang tot procedure voor gerechtelijke reorganisatie soepeler geworden per half maart van dit jaar.

Moratorium afgelopen
De federale overheid in België heeft tot twee keer toe beslist om voor ondernemingen een wettelijk moratorium op faillissementen in te voeren. Een moratorium beschermt ondernemers tegen hun schuldeisers, door hen (de schuldeisers) tijdelijk de mogelijkheid te ontzeggen om schulden op te eisen, overeenkomsten vervroegd te ontbinden en hun schuldenaren failliet te laten verklaren.

Het laatste moratorium liep af op 31 januari 2021, Volgens minister van Justitie Vincent Van Quickenborne was het moratorium een erg ‘bot’ instrument. “De creatie van een kunstmatige overlevingsbubbel zorgde voor het behoud van een groot aantal ‘zombieondernemingen’ die in leven werden gehouden met als gevolg dat ook de continuïteit van de schuldeisers in het gedrang kwam. Er bestaat een beter instrument, namelijk de procedure voor gerechtelijke reorganisatie. In de loop der jaren is die erg streng geworden om misbruiken te voorkomen. Omdat we in een noodsituatie zitten, zijn de voorwaarden daarvoor versoepeld.”

Gerechtelijke reorganisatie
Een procedure voor gerechtelijke reorganisatie betreft een procedure uit het insolventierecht voor ondernemers en ondernemingen waarbij de schuldenaar middels een verzoekschrift bij de ondernemingsrechtbank, bescherming kan vragen tegen zijn schuldeisers. De procedure heeft als doel om onder toezicht van de rechter, de continuïteit van een onderneming in moeilijkheden of haar activiteiten te behouden. Gedurende een opschortingsperiode kan onderhandeld worden met enkele schuldeisers (in de minnelijke vorm) of met alle schuldeisers (in de collectieve vorm).

Wijzigingen
In de eerste plaats is de toegang tot de gerechtelijke reorganisatie versoepeld. De oude wetgeving vereist dat op het moment van de aanvraag een aantal documenten beschikbaar zijn, zoals bijvoorbeeld twee recente jaarrekeningen, resultatenrekening die maximum drie maanden oud is, etc. Onder de oude wetgeving was de aanvraag nietig indien één van deze documenten ontbrak. Dit is nu niet meer het geval. Men kan de procedure dus aanvragen voordat men over alle documenten beschikt en zo sneller van de bescherming genieten.

Op de tweede plaats voorziet de nieuwe wetgeving in de mogelijkheid voor ondernemingen in moeilijkheden om, met bijstand van een gerechtsmandataris, een voorbereidend akkoord (afbetalingsplan) te sluiten met enkele of alle schuldeisers. Indien een ondernemer een minnelijk/collectief akkoord bereikt, wordt kort daarna de reorganisatieprocedure geopend, waarbij de rechter het akkoord bindend verklaart. Deze nieuwe procedure heeft tot voordeel dat bedrijven al in stilte een akkoord kunnen zoeken met een meerderheid van hun schuldeisers, vooraleer in het Staatsblad wordt gepubliceerd dat ze onder gerechtelijk toezicht staan.

Ten slotte voorziet de wetswijziging in een fiscale vrijstelling voor schuldeisers die kortingen toestaan op vorderingen op hun schuldenaar in gerechtelijke reorganisatie. Deze kortingen kwalificeren boekhoudkundig als ‘waardeverminderingen en voorzieningen’. Door schuldeisers te wijzen op deze vrijstelling, zullen zij sneller geneigd zijn hun vordering te laten inkorten waardoor de kans op slagen van de reorganisatieprocedure vergroot.

De meeste van bovenstaande bepalingen zijn van toepassing tot 30 juni 2021, tenzij deze worden verlengd. Het is de intentie van de wetgever om de nieuwe wetgeving aan te passen aan de eerste ervaringen uit de praktijk.

Bronnen: lige.be en engineeringnet.be
Foto: Shutterstock